Volvo 850

En toen was er de Volvo 850

Over Volvo

In oktober 2019 schreef ik een artikel over mijn toenmalige auto. Dat was een Volvo 850 uit 1995. Ik vierde met de auto een 25-jarig jubileum. Inmiddels (september 2020) is deze auto verleden tijd. De auto is vervangen voor een Volvo V70 Classic uit 1999. Het originele artikel uit 2019 is op bepaalde punten aangepast aan de actualiteit.

Volvo 850
De Volvo 850 uit 1996. Dit was de auto die ik reed voordat ik er een kocht uit 1995.

Toen destijds de Volvo 850 uitkwam in 1991 was ik nog niet toe aan dit soort auto’s. Sterker nog, ik had nog niet eens mijn rijbewijs. Ik haalde mijn rijbewijs in hetzelfde jaar als waarin mijn huidige Volvo in Noord-Amerika werd gemaakt.

Het moet een schok geweest zijn voor liefhebbers van oerdegelijke auto’s, deze Volvo 850. In oktober 2019 vond ik het, als trotse bezitter van dit model auto, het tijd worden om aandacht te besteden aan een van de meest iconische auto’s in zijn klasse.

En toen was er de 850. Je zou bijna denken dat Volvo misschien nooit eerder auto’s geproduceerd had. Niets is minder waar. Er werden schitterende modellen gemaakt voordat de eerste 850 van de lopende band rolde. Het merk stond al jaren bekend als een oerdegelijk merk. Vandaag de dag is dat misschien een beetje anders geworden, want het ‘echte’ Zweedse is misschien iets dat vooral benadrukt wordt in reclames. Of toch niet?

Een Volvo-reclame

Wat is vandaag de dag nog een auto die echt is waar het merk voor staat? Nee, ik doel dan niet op de veranderingen die auto’s ondergaan met het oog op het klimaat. Daar kom ik trouwens later nog even op terug, dus geen zorgen.

Is vandaag nog een merk een echt merk? In hoeverre is er sprake van een ‘echt’ merk, wanneer het hoofdkantoor van het bedrijf achter dat merk in een ander land is gevestigd. Nee, daarmee hoeft niets mis te zijn. We leven in een wereld waarin merken niet meer gebonden zijn aan landen. Neem nu als voorbeeld IKEA. Ook Zweeds toch? Eigenlijk niet. Het hoofdkantoor van IKEA is verdeeld over de Nederlandse steden Delft en Leiden. Zoek het maar op.

Ook voor wat betreft Volvo geldt dat dit geen ‘echt’ Zweeds merk meer is. Natuurlijk, het hoofdkantoor van Volvo bevindt zich nog altijd in het Zweedse Gotenborg. Sinds 2010 is het bedrijf in Chinese handen. Lang daarvoor werden lang niet alle Volvo’s in Zweedse fabrieken geproduceerd. Neem nu de 850. Deze auto’s werden tussen 1991 en 1997 geproduceerd in Torslanda (Zweden), Halifax (Canada) en Gent (België).

Maar goed, het ontwerp van de 850 was er een van Zweedse origine. Dus een Zweedse auto. Toen deze auto geïntroduceerd werd was Volvo nog niet gestopt met het produceren van andere auto’s. De 240, 440 en 940 werden nog gewoon geproduceerd. Maar ineens was er een ander model: de 850. Een model dat de basis zou vormen voor veel andere Volvo-modellen die na die 1997 zouden verschijnen.

Een Volvo 850-reclame uit 1996.

De historie van de 850

Overigens is de historie van de 850-modellen er een die al begon in de jaren zeventig van de vorige eeuw. Men lanceerde een project dat de naam Galaxy kreeg. In 1978 begon het project. Een project met een Nederlands tintje. Het project werd verdeeld in een Zweeds en Nederlands deel. Het Nederlandse deel bestond uit de ontwikkelingen die zouden leiden tot de 400-reeks. Deze reeks werd in 1985 geïntroduceerd met de komst van de Volvo 480. Meer populair zou het 440-model worden. Deze auto’s werden in fabriek van Volvo Car in Born (Limburg) geproduceerd. De Volvo 440 werd in 1987 geïntroduceerd.

Terug naar de Volvo 850. De auto deed denken aan de modellen uit de 700-reeks. Maar het was echt een nieuw model. Het was de bedoeling dat men de lat hoger zou leggen dan. Zodoende was er ineens een Volvo met voorwielaandrijving. Daarover kun je genoeg discussiëren. Maar ook de abrupt aflopende achterkant was iets dat de aandacht trok. De opvolgende modellen (de V70 Classic en de V70 zouden nog steeds gebruik blijven maken van deze manier waarop de achterbak eindigde). Maar misschien waren de achterlichten die de meeste aandacht trokken tijdens de introductie. Even nog dacht men eraan om de achterlichten minder groot te maken. Dit is overigens wel het geval bij de sedan-versie van de 850. Deze achterlichten zouden nog jaren erna gebruikt worden voor andere Volvo-modellen. Niet alleen Volvo maakte dankbaar gebruik van deze erfenis van het project Galaxy. Er verschenen auto’s van andere fabrikanten met eenzelfde soort achterlichten; van boven naar beneden. Al geeft men dat natuurlijk niet toe.

Wanneer je achter een moderne Volvo rijdt, dan zie je nog steeds eenzelfde soort achterlichten zoals die in 1991 geïntroduceerd werden. Althans, dan moet je wel achter een stationwagen rijden.


Er waren meer interessante zaken die geïntroduceerd werden met de komst van de 850. Denk aan de manier waarop de motor geplaatst was. Maar de vijfcilinder was iets waarover maar niet uitgepraat raakte. Vandaag de dag is dat misschien niet meer zo bijzonder. Destijds was dit wel het geval, in ieder geval voor Volvo.

Door de abrupt aflopende achterbak bij een stationwagen ontstaat er een zee van ruimte. Dat was ook iets waarover maar bleef praten. Vandaag de dag is dit nog steeds iets waar de meeste mensen dit type Volvo van kennen.

Ik kon je vertellen over…

25 jaar: de 850 vierde in 2020 een bijzondere verjaardag
25 jaar: de 850 vierde in 2020 een bijzondere verjaardag

In oktober 2019 kon ik je vertellen over Mijn Volvo 850. Een wat braver modelletje dan de veelgeprezen T5-modellen. Dit was eigenlijk een instap- of budgetmodel. Dit hield in dat je ermee genoegen moest nemen dat er ingeleverd moest worden op bepaalde onderdelen of functionaliteit. Dat kwam de snelheid tijdens het optrekken en de trekkracht niet altijd ten goede. De voorgaande 850 was een 2.5-liter model. Wanneer je dan het gaspedaal intrapte, dan zat je in no time op de snelheid waar je wilde zijn. Dit was alleen het 2.0-liter model, waardoor je genoegen moest nemen met een iets minder snelle manier van optrekken. Omdat ik er toch niet mee ging racen, was dit prima. Dat racen is juist iets interessants, want er is in het verleden met dit soort auto’s geracet.

De raceauto

De Volvo 850 als raceauto

Wat moeten sommigen vreemd opgekeken hebben toen op het circuit van Thruxton twee Volvo 850-modellem deelnamen aan het British Touring Car Championship (BTCC). Aan de start verschenen twee Estates! De een werd bestuurd door de Zweed Rickard Rydell. De andere auto werd bestuurd door niemand minder dan Jan Lammers. We hebben het dan over 1994. Een jaar later werd het door allerlei nieuwe regels onmogelijk gemaakt om deel te nemen aan races met stationwagens. Vanaf toen zouden alleen nog sedans meedoen.

Van een V40 naar een 850

Geloof het of niet, maar er was een tijd waarin ik zweerde bij andere automerken. In de periode na 1999 reed ik tal van auto’s. Totdat ik voor het eerst in een Volvo reed. Dat was een V70 Cross Country. Een proefrit was minder geslaagd. Mijn vrouw kreeg de klep van de kofferbak op haar voorhoofd. De gasveren van deze Volvo waren toe aan vervanging. We besloten toen maar verder te gaan rijden, naar de volgende dealer.

De auto waarvoor we kwamen, een rode V40 was een half uur daarvoor verkocht. Inderdaad, een V40. Een heel ander model dan een V70 Cross Country. Ook een wereld van verschil met een 850 trouwens.

Ah ja, de Volvo V40. Officieel trouwens de Volvo V40 Classic. Deze auto werd geproduceerd tussen 1995 en 2004. We kochten er een uit 2004. Met alle opties die er maar op konden zitten, inclusief een navigatiesysteem. Maar ja, het was een V40. Een samenwerking met Mitsubishi. En juist dat is een dingetje. Bovendien werden de auto’s geproduceerd in de NedCar (de voormalige Volvo Car fabriek in Born). Weinig Zweeds dus. Natuurlijk, het ontwerp was een Zweeds ontwerp. Maar de auto zelf…

De V40 reed lange tijd geweldig. Totdat er wat problemen begonnen te ontstaan. De lijst werd langer en langer. Tijd dus voor een nieuwe auto. Maar niet vanwege de lijst met puntjes. Nee, het was een weddenschap met mijn wederhelft die ervoor zou zorgen dat ik overstapte naar de 850.

Ik weet het nog goed: het was een verjaardagspartijtje van mijn dochter en ik zag dit exemplaar voor het eerst. Gekleed in het blauw en uitgevoerd in een sedan-versie. Dat was geen 850, maar een 960. Ik liet me snel bijpraten door de eigenaresse van deze auto. Ze waren er wel in een stationwagen, maar die waren soms lastig te verkrijgen.

Thuisgekomen vertelde ik mijn wederhelft over dit model Volvo. Ze liet me weten dat ik best op zoek mocht gaan, maar dan wel onder strikte voorwaarden. Noem het een weddenschap, al stond er geen tegenprestatie tegenover.

Wanneer ik de V40 in kon ruilen – met gebreken – tegen een ouder model en dit model was een stationwagen, dan kreeg ik carte blanche om er een te kopen.

Tot zover niets aan de hand. De aanvullende voorwaarde die ze stelde: ik mocht niet meer uitgeven dan € 200.

Challenge accepted!

Twee weken later reed ik een Volvo 850 2.5 uit 1996. De V40 ruilde ik in voor dit exemplaar en ik wist de kosten voor het rijklaar maken terug te brengen naar… € 200. Verder hoefde ik niets te betalen.

Deze 850 was een model dat de nodige aandacht verdiende. Zo deukte ik de deuken aan de passagierskant eruit, plaatste ik er een radio in en deed mijn wederhelft wat verstelwerk in de stoffering.
In de winter startte deze auto altijd. Optrekken was nooit een probleem en rijden was een waar genot. Totdat er een belangrijk onderdeel mee ophield. Dat was de snelheidsmeter. In de vakantie stond de auto in een garage in het Brabantse Sint Anthonis. Daar konden ze het probleem niet oplossen. De monteurs waren meer gespecialiseerd in BMW’s. Na de vakantie besloten we de auto te verkopen, ook omdat de auto na het rijden nog na rookte. Desondanks deed ik de auto met pijn in het hart weg.

In een bijzonder zwak moment besloot ik over te stappen naar iets totaal anders: een hoge auto. Een automerk en een model dat mijlenver van een Volvo vandaan stond: een Renault Megane Scenic. Deze auto reed ik een paar weken, totdat ik dit verschrikkelijke model inruilde voor een Citroën-zusje (Xsara Picasso). Wederom een automerk dat niet in de buurt kwam van een Volvo.
Een advertentie op een of andere occasion website trok mijn aandacht. Een Volvo V40 met gele koplampen. Misschien moest ik daar toch even naar kijken. Omdat het Volvo-gevoel in de Citroën niet aanwezig is.

Toch bleef er iets kriebelen. Het was een bepaald gevoel, noem het misschien een verlangen. Naar de 850. En die vond ik. Ik moest er bijna twee uur voor rijden, twee weken op wachten en toen reed ik weer een Volvo 850.

Volvo V40
Deze Volvo V40 was er een uit 2004. Ik heb het recent nog even gecontroleerd, maar deze auto rijdt nog steeds ergens in Nederland rond. De foto is gemaakt op de dag dat we deze auto kochten.

Klimaat

Natuurlijk ontkom ik er niet aan om aandacht te besteden aan het klimaat. Mijn auto is niet vriendelijk voor het klimaat. Zelfs de benzinemotor is dat niet. Dat weet ik ook heel erg goed. Zelfs mijn liefde voor een 850 zou ik opzijzetten wanneer er een goed alternatief te vinden is. Voordat je met allerlei suggesties aankomt: bedenk dan even hoe het precies zit met de kosten van deze klimaatvriendelijke auto’s. Zelfs die van Volvo. Misschien vooral die van Volvo.

Laten we eens even heel eerlijk zijn. Het is geweldig al die innovaties. De techniek en technici zijn vooruitgegaan. Maar wanneer je geen auto wilt leasen, dan is het bijna onmogelijk om een nieuw model auto te rijden. Dat geldt in ieder geval voor mij. Daar ben ik heel eerlijk in.


Stiekem heb ik de hoop dat de technici met een goede oplossing komen. Een oplossing voor oude auto’s. Voor mij hoeft het niet allemaal rond te zijn. De eenheidsworst die vandaag de dag de fabrieken uitrollen zijn voor mij weinig innovatief als het gaat om design. Dat design van de 850 was misschien voor die tijd niet helemaal vernieuwend. Een design dat vandaag de dag er juist weer uitspringt.

Wat die oplossing zou moeten zijn? Een interessante oplossing voor benzinemotors bijvoorbeeld. Natuurlijk, die zijn er al. Alleen dat zijn dure aanpassingen.

Van een 850 naar een V70 (Classic)

Volvo V70 Classic
De V70 Classic, een Amerikaans model overigens.

Aan Mijn 850 moest het nodige gedaan worden. Dat nam ik voor lief. Veel heb ik er zelf aan gedaan, maar ik kon niet alles. Het interieur verdiende wat aandacht en hier en daar moest een lampje vervangen worden. Ook was de ombouw van de achterlichten toe aan een revisie of vervanging. Dat laatste heb ik nooit gedaan, want ik merkte dat er toch iets aan de hand was met de 850. Dat bleek later, toen we tijdens de Corona Crisis besloten tot een ‘schoolreisje’ (in het kader van thuisonderwijs). We bezochten een autodealer die gespecialiseerd was in Volvo’s en dan met name de oudere modellen. Eigenlijk zouden we voor een rode V70 Classic gaan bekijken, maar die was niet echt de moeite waard. Een ander model, een V70 Classic in het groen trok meer de aandacht.

De 850 die ik als laatste reed was er een die last had van een groot probleem, zo bleek. Een van de cilinders was ermee opgehouden. Een dure grap om zoiets te laten repareren.

We besloten te gaan onderhandelen over de V70 Classic, met een goed resultaat. Toch nam ik met wat moeite afscheid van Mijn 850.

Ook over de V70 Classic valt wel wat te schrijven. Misschien wordt het hoog tijd om dat te doen!

1 thought on “En toen was er de Volvo 850

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.