Het was er altijd en zal er altijd zijn

Het was er altijd en zal er altijd zijn

Geschiedenis

We herdenken de 75-jarige bevrijding van concentratiekamp Auschwitz. Op 27 januari 1945 werd het kamp bevrijd door de troepen van het Rode Leger. De herdenking van de bevrijding lijkt gelijk te zijn aan de herdenking van de Holocaust. Slecht nieuws voor iedereen die goed bedoeld: het was er altijd en zal er altijd zijn. Daarmee doel ik op de manier waarop de mensheid omgaat met anders.

English version / Engelse versie

Auschwitz, 27 januari 1945

Wat er nog van over was, werd op 27 januari ingenomen door de troepen van het Rode Leger. Wat er nu nog rest van het voormalige concentratiekamp is niet hoe het eruit zag tijdens de oorlog. Tijdens het hoogtepunt van het kamp. In november 1944 stopten de nazi’s met het ombrengen van Joden. Duidelijk werd dat de opmars van het Rode Leger niet te stoppen leek. Er zou een moment aanbreken dat dit kamp ingenomen zou worden. Daarom deden de nazi’s er alles aan zoveel mogelijk bewijs te vernietigen. Dat begon met de executie van het Sonderkommando. Dit was een groep gevangenen die de pas aangekomen gevangenen moest begeleiden naar de gaskamers. Men moest er alles aan doen om het te laten lijken dat dit kamers voor ontsmetting waren. De werkelijkheid was heel anders. Nadat zij die in de gaskamers terecht waren gekomen waren overleden, was het Sonderkommando verantwoordelijk voor het weghalen van de lichamen en het verbanden ervan.
Nadat op 7 oktober 1944 een opstand uit was gebroken, geleid door het Sonderkommando, waren al veel van de leden van deze groep gevangenen omgebracht. De opstand mislukte. Wel lukte het om met explosieven crematorium IV buiten werking te stellen. Na deze massale executie bleek dat niet iedereen was vermoord door de Duitsers.
In november en december waren de nazi’s druk bezig met het ontmantelen van de gaskamers. Daarna begon men met het buitenwerking stellen van de crematoria II en III. Tot aan de bevrijding zou crematorium V in werking blijven.
Een aantal gevangenen werd tewerkgesteld in het kamp zelf. De stoffelijke resten en as moesten worden opgeruimd. Alle documentatie over de gevangenen en de moordpartijen moesten ook worden vernietigd.
Samen met grote hoeveelheden sierraden – afkomstig van de gevangenen – werden ook voor de nazi’s nuttige materialen verwijderd uit het kamp. Dan ging het om baksteen en hout. Als laatste stond een grote evacuatie op het programma. Deze evacuatie zou de geschiedenis in gaan als de Dodenmarsen. Het was de bedoeling dat de gevangen te voet overgebracht zouden worden naar andere concentratiekampen, richting het deel van het Derde Rijk dat nog veilig genoeg was. De naam was een verwijzing naar de manier waarop de gevangenen werden gedeporteerd. Evacuatie is misschien een verkeerd gekozen benaming. Het kwam neer op een deportatie, om er zo voor te zorgen dat er niemand meer zou achterblijven. Niet alleen vanuit Auschwitz vonden deze Dodenmarsen plaats. In totaal wordt geschat dat meer dan 700.000 mensen werden gedeporteerd. Door uitputting, bevriezing en ziekten overleden naar schatting 250.000 mensen. Ook kwam het voor dat iedereen die niet meewerkte of snel genoeg liep doodgeschoten werd door de leden van de SS, die de groepen begeleiden.
In augustus 1944 bevonden zich ongeveer 130.000 gevangenen in Auschwitz. Aan het einde van het jaar was meer dan de helft vertrokken. Negen dagen voordat de Russische troepen het kamp bereikten, werd een groep van 60.000 gevangenen gedeporteerd naar Loslau.
De omstandigheden waaronder deze laatste Dodenmars plaatsvonden waren verschrikkelijk. Niet alleen vroor het twintig graden. De groep werd bewaakt door SS’ers die er alles aan deden om de groep zo snel mogelijk te laten lopen. In Loslau was de groep inmiddels uitgedund tot 45.000 gevangenen. Met behulp van goederenwagons werden de laatste gevangenen van deze groep overgebracht naar andere kampen, die al vol zaten met gedeporteerden die deelhadden moeten nemen aan andere Dodenmarsen.
Op 20 januari 1945, zeven dagen voor de bevrijding van het kamp, werden crematoria II en III opgeblazen. SS’ers hielden ook nog eens huis in de ziekenboeg, zodat er enkele honderden zieke mensen vermoord werden. Er bevonden zich in het kamp toen nog naar schatting 9.000 gevangenen. Dit waren hoofdzakelijk zieke mensen.
Alle goederen die door de nazi’s in beslag waren genomen werden in de kampen die onderdeel vormden van Auschwitz (Auschwitz I (Stammlager), Auschwitz II-Birkenau en Auschwitz III-Monowitz) opgeslagen in speciale gebouwen. Kanada II werd op 23 januari vernietigd. Daarmee waren de nazi’s nog niet klaar, want zelfs een dag voordat het kamp ingenomen zou worden, werd crematorium V vernietigd.
Het doel van de overgebleven SS’ers in het kamp was om alle gevangenen om te brengen. Voordat de Russische troepen op 27 januari arriveerden in het kamp, werden nog snel 700 gevangenen omgebracht. Het ging overigens om kleine SS-eenheden, want de meesten hadden het kamp op 20 en 21 januari al verlaten.
Van de SS’ers hadden de gevangen niet alleen te vrezen. Dat bleek wel toen vluchtende gewone troepen van het Duitse leger aankwamen in het kamp. Er werd geplunderd. De situatie zorgde ervoor dat een aantal gevangenen wist te ontsnappen.
Ongeveer 7.500 uitgeputte gevangenen zagen troepen van het Rode Leger op 27 januari 1945 het kamp binnentrekken. Het kamp werd niet ingenomen zonder slag of stoot, want – samen met de strijd om Auschwitz en de stad Oświęcim – kwamen 230 Russen om het leven.
Na aankomst werd eerste hulp verleend en werden noodhospitalen ingericht. Samen met leden van het Poolse Rode Kruis werden de gevangenen opgevangen. Onder hen bevonden zich 400 kinderen.  Om ervoor te zorgen dat de gevangenen niet te veel eten zouden krijgen, wat voor nog meer problemen zou zorgen, werden de rantsoenen dagelijks langzaam opgeschroefd.
Van de 400 kinderen zouden slechts enkelen na februari en maart met hun ouders of andere familieleden herenigd worden. De meesten gingen naar weeshuizen of werden elders opgevangen. Het kamp zelf bood na drie maanden nog steeds onderdak aan zij die niet in staat waren om het kamp te verlaten.
De Russen gebruikten het kamp als krijgsgevangenenkamp voor Duitse en Oekraïense soldaten. De meesten van hen werden gedeporteerd naar goelags in Rusland zelf.
Tot aan 1965 werden er verschillende processen gehouden, waar de rechterlijke macht zich uit moest spreken over de veroordeling van de nazi’s die werkzaam waren geweest in de kampen. Bekende personen waren Rudolf Höss (kampleider tussen mei 1940 en november 1943) en Irma Grese (bewaakster van Kamp A en B tussen maart 1943 en januari 1945). Toch werden veel SS’ers die werkzaam waren geweest in het kamp niet berecht. Ze hadden de wijk genomen naar andere delen van de wereld. Bijvoorbeeld Argentinië.
Langzaam groeide na de oorlog het besef wat zich voltrokken had in dit kamp. Gezien het vermoedelijke aantal van 1,1 miljoen doden die door toedoen van de nazi’s om het leven kwamen, ging de aandacht uit naar dit kamp. Er is genoeg discussie over het werkelijke aantal doden. Het cijfer van zes miljoen doden voor- en tijdens de Tweede Wereldoorlog ligt niet vast. Sommigen gaat uit van een nog hoger aantal: negen miljoen. Niet in alle gevallen werden de moorden geregistreerd. Wat wel duidelijk was: Auschwitz was van alle kampen het grootste kamp.
Daarom herdenken we de Holocaust op de dag dat de troepen van het Rode Leger dit kamp in namen. Het betekende niet het einde van de Holocaust.
Maar het betekende ook niet dat deze zwarte bladzijden in onze geschiedenisboeken op zichzelf stonden. Of staan.

Geen spontane oorsprong

Jodenvervolging kent geen spontane oorsprong. Het was niet zo dat de vervolgingen plaatsvinden op het moment dat Adolf Hitler in 1933 Rijkskanselier werd. Ook was het niet alleen gebonden aan Duitsland. Ja, het klopt, de nazi’s hebben een kille, berekenend apparaat opgezet om hun ideologie ten uitvoer te brengen. Maar laten we niet vergeten dat er ook in andere tijden vervolging is geweest.
Al voor de jaren dertig stonden Joden bekend als de moordenaars van Jezus. Ze zouden zich schuldig maken aan financieel gewin en profiteren van de ellende van anderen. Er was een goede reden voor Joden om zich bezig te houden met financiële beroepen of beroepen waarin geld werd verdiend (denk aan de diamantindustrie). Dat had ermee te maken dat ze niet opgenomen werden in beroepsverenigingen. Dat was al lang voor de jaren dertig zo geregeld.
Lang voordat iemand ook maar gehoord had van Adolf Hitler en de NSDAP werden Joden vervolgd tijdens pogroms in Oost-Europa. Deze Sefardische Joden zochten hun heil in gebieden waarin er niet vervolgd werd. Het ging niet om de meest rijke Joden. Ze vonden bijvoorbeeld hun onderdak in Nederland. Rijker waren de Asjkenazische Joden. Zij waren afkomstig uit Spanje en Portugal, waar ze vervolgd werden. In Nederland waren zij meesters in de handel.

1290

Gaan we verder terug in de tijd, dan komen we uit bij 1290. Koning Edward I besloot dat de Joden verdreven moesten worden uit Groot-Brittannië. Het werd verboden om nog langer het Joodse geloof te belijden. Met succes, want tot aan 1656 was het niet toegestaan om deze ‘Moordenaars van Christus’ hun gang te laten gaan. Met de opkomst van internationale handel, keerden veel Joden terug naar Groot-Brittannië. Oliver Cromwell, Head of State, stond hen uiteindelijk toe om hun geloof te belijden. Het duurde overigens pas tot aan 1858 voordat Joden gelijke rechten kregen.
Na verschillende pogroms in 1883 kwamen meer Joden uit Rusland naar het westen. Het zorgde alleen niet voor een einde aan de manier waarop tegen hen werd aangekeken.
In de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog zochten Joden uit Duitsland een veilig heenkomen in Nederland. Logisch, want dit was een buurland. Tijdens de Eerste Wereldoorlog gaf Nederland te kennen neutraal te zijn (al kun je daarover prima discussiëren). Joden wilde niets liever dan veilig te zijn. In een poging iets te doen aan de toestroom van Joden uit Duitsland werd besloten dat er een speciale opvang geregeld moest worden in Nederland.

Kamp Westerbork

Nederland wilde zich een goede bondgenoot tonen van Duitsland en besloot om enkele weken na Kristallnacht (9-10 november 1938) tot het bestempelen Joden als ongewenste vreemdelingen. Indien mogelijk werden ze teruggestuurd naar Duitsland. De Nederlandse grens werd vanaf 15 december 1938 gesloten. In februari 1939 vond de regering het genoeg geweest: er moest een centrale opvang komen voor Joden die afkomstig waren uit Duitsland. De locatie voor dit kamp zou Elspeet zijn. Koningin Wilhelmina vond de afstand tussen haar zomerpaleis in Apeldoorn (Het Loo) te klein. Daarnaast stuitte de plannen op verzet van de ANWB en de lokale bevolking. Op 22 april liet de regering aan de koningin weten dat haar NIMBY-bezwaren voldoende gegrond werden. Het kamp werd niet aangelegd in Elspeet. Men had een nieuwe locatie gevonden: tussen het Drentse Hooghalen, Zwiggelte en Grolloo moest het Kamp Zwiggelte verrijzen. Toch werd het kamp uiteindelijk vernoemd naar het nabijgelegen Westerbork. De regering maakte van dit kamp een ‘Joods probleem’, want men eiste dat het Comité Joodsche Vluchtelingen de kosten voor dit kamp (1 miljoen gulden) in termijnen terug zou betalen.
Je zou kunnen stellen dat er meteen al gedaan werd aan dwangarbeid. Vluchtelingen aan boord van het schip St. Louis zagen in 1939 hun poging om een nieuw bestaan op te bouwen in Cuba strandden. Ook de Verenigde Staten en Canada wilden de vluchtelingen uit Duitsland niet opnemen. Uiteindelijk zouden ze verspreid worden over verschillende Europese landen, waaronder Nederland. In Nederland werden de vluchtelingen tewerkgesteld om te bouwen aan Kamp Westerbork.
Zo had de Nederlandse regering een goede oplossing gevonden, dacht men, voor de Joodse vluchtelingen. Zo zouden ze niet terechtkomen in Nederlandse steden. De Duitsers maakten dankbaar gebruik van dit kamp. In de eerste dagen van de oorlog is nog geprobeerd om de aanwezigen in het kamp te evacueren. Hierbij nam rabbijn A.S. Levisson de voortrekkersrol. Men kwam alleen niet verder dan Zwolle, omdat de IJsselbruggen inmiddels waren opgeblazen. Zo wilde het Nederlandse leger de Duitse opmars tot stand brengen. Een andere poging om dan af te reizen naar Leeuwarden zorgde er uiteindelijk voor dat een maand na de capitulatie van Nederland de vluchtelingen uit het kamp weer terug moesten naar Westerbork.

Doorgangskamp

Na 1942 werd het kamp gebruikt als een doorgangskamp. Vanaf Westerbork volgden bijna wekelijks transporten naar het oosten. De transporten, zeker 93 treinen, vertrokken naar Auschwitz en Sobibór. Tussen 15 juli 1942 en 13 september 1944 werden 102.000 mensen op transport gezet naar deze twee kampen. Niet alleen Joden overigens. Ook Roma. Slechts 5.000 van hen keerden terug naar Nederland.
De link tussen Westerbork en Auschwitz was er dus. Via het spoor. Net zoals in Sobibór was dit voor de meeste gevangenen de eindbestemming. Ze werden onderdeel van de Endlösung der Judenfrage, oftewel de eindoplossing van het Jodenvraagstuk. Ze werden cijfers in een administratie, die deels is vernietigd. Ze werden tot cijfers, meer niet.
In tegenstelling tot wat veel Nederlanders na de oorlog wilden geloven, was niet iedereen er even rouwig om dat er veel Joodse Nederlanders waren verdwenen. Verschillende organisaties hebben goed verdiend aan de Jodenvervolging. Natuurlijk bracht men als tegenargument ter tafel, dat er dwang was. Pas na de jaren zestig werd duidelijk dat niet in alle gevallen de motieven om mee te werken aan de vervolging gebaseerd waren op dwang.
Na de oorlog kwamen zij die de hel overleefden terug in een opbloeiend land. Een land waarin woningnood hoog was. Waarin misschien geen plaats was voor hen. Het nationalisme werd gepresenteerd als trots op het land. En vooral haat tegen alles wat uit het oosten kwam. Zij kwamen uit het oosten en waren ooit misschien zelfs Duitsers geweest. Niet in alle gevallen werden ze met open armen verwelkomt. Bovendien, er was genoeg ellende in eigen land. Het land moest opgebouwd worden. Het leek een typisch geval te zijn van nu even niet.
Nederland veranderde. We maakten kennis met nieuwe culturen. Nieuwkomers bouwden een bestaan op. Als compensatie werd door de Verenigde Naties besloten tot een drastisch besluit: de vorming van de staat Israël. We kennen allemaal die geschiedenis. Tot aan de dag van vandaag is het conflict daar niet opgelost. Aanslagen, vergeldingen, discriminatie en zelfs racisme. Ja, inderdaad: racisme. De haat tegen Palestijnen en Arabische mensen. Zelfs in een land als Israël en zelfs begaan door een groep die het in de loop der eeuwen zwaar heeft gehad. Omgekeerd zijn het anderen die nog steeds de mening toebedeeld zijn dat Joden het kwaad zijn. Dat er geen plaats voor hen is in deze wereld. Dit kwaad dient vernietigd te worden, met alle middelen.
Nu staan we stil bij de herdenking van Auschwitz. We koppelen het aan een verleden. Iets dat niet meer is. Dat klopt, deels. Er is geen dictatoriaal regime meer aanwezig in Duitsland, dat erop gericht is een deel van de bevolking te vernietigen. Er is vrijheid. Je mag geloven wat je wilt en zijn wie je wilt. Van alle Europese landen is Duitsland het land waarin men het strengst lijkt op te treden tegen racisme. Racisme koppel ik niet los van antisemitisme. De haat tegen joden, die we kennen als antisemitisme, is nu eenmaal racisme. Daarin wijkt dat monster – want dat is het – niet af van de haat tegen zij die welke religie dan ook willen belijden. Of de haat tegen zij die lief hebben op een bepaalde manier. Zelfs niet wijkt het af tegen de haat die gekoesterd wordt jegens iedereen die een vrije politieke keuze wil maken.

Helaas…

Helaas moet ik vaststellen dat 75 jaar na de bevrijding van de vernietigingsmachine die bekend staat als Auschwitz de wereld weinig wilde leren van dit alles. Nee, dan doel ik niet alleen op Joden. Genocide heeft ook na 1945 plaatsgevonden en vindt vandaag de dag nog steeds plaats. Of het nu Myanmar, Sudan of Rwanda betreft. Of het nu dichtbij is, zoals in het voormalige Joegoslavië of verder weg, ergens in Azië of Afrika. De wereld heeft niets willen leren van dit alles, zo lijkt het.
Is dit een te pessimistische kijk op alles? Zolang het niet overal zo is, dan is er hoop. Nederland, het land waarin ik opgroeide, slaat zichzelf graag op de borst als toonbeeld van een samenleving die zo tolerant is. We kennen allemaal de voorbeelden waaruit blijkt dat tolerantie soms beperkt is. Of het nu gaat om een moskee, een opvangcentrum voor asielzoekers of misschien zelfs een synagoge. De voorbeelden passeren met enige regelmaat de revue. Ook zijn er politici die het schijnbaar normaal vinden om zich uit te spreken tegen bepaalde mensen of groepen. Diezelfde politici die stilstaan bij de 75-jarige bevrijding van Auschwitz en daarmee de herdenking van de Holocaust.
Nee, ik beschuldig hen er niet van uit te zijn op een herhaling van de zwarte bladzijden uit het verleden. Wat er wel kan gebeuren is dat sommigen zich gesterkt voelen door de woorden die uitgesproken worden en daarmee een vrijbrief in handen te denken te hebben voor geweld. Ook die voorbeelden kennen we. Dat vinden we allemaal krankzinnig. De voorbeelden waarbij over wordt gegaan tot geweld. Maar in plaats van onze ogen ervoor te sluiten, moeten we het erkennen. Erkennen dat dit gebeurt en er wat aan doen. Of het nu plaatsvindt in een willekeurige winkelstraat of een voetbalveld.
Zijn die woorden onschuldiger dan de woorden en daden van weleer? Als het gaat om sommige daden, dan misschien wel. Als het gaat om de woorden, helaas niet.
We denken na over de miljoenen die om het leven kwamen als gevolg van een bewind dat met een paar wetten, pennenstreken en woorden een einde wilde maken aan een groep inwoners van Europa. Misschien moesten we ook eens realiseren dat dit geen gebeurtenis of een reeks gebeurtenissen was, die op zichzelf stonden. Helaas, dat waren ze niet.
Ik had liever een andere boodschap voor je gehad. Het was er altijd en zal er altijd zijn. Tenzij…

Tenzij

Tenzij er iets gedaan gaat worden aan de manier waarop we tegen anderen aankijken. Wanneer we beseffen dat bepaalde woorden kunnen leiden tot geweld. Wanneer we inzien dat we fouten gemaakt hebben en daarvan willen leren. Niet door het alleen uit te spreken, maar door er ook naar te handelen. Niet alleen in ons land, al is dat een prima begin – wat mij betreft.
Misschien dat het ooit zover komt, dat we elkaar eerlijk in de ogen kunnen kijken en toe willen geven dat we destijds echt niet allemaal verzetshelden zijn geweest. Dat er mensen, ook in ons land, zijn geweest die onderdeel vormden van een vernietigingsmachine. Dat we onze kinderen leren over wat er gebeurde, op een zodanige manier dat het niet een saaie geschiedenisles wordt. Eentje waarbij we vergelijkingen maken met het heden.
Geschiedenis bestaat niet uit losse onderdelen, die zich in opvolgend tempo voordeden. Vergeet dat niet. Vergeet dat nooit. En belangrijker: vergeet de slachtoffers niet, nooit!

Overblijfselen uit het verleden


Schoenen
Bron afbeelding: Unsplash.com

Koffers
Bron afbeelding: Unsplash.com

De toegangspoort van Auschwitz
Bron afbeelding: Pixabay

Treinwagon Auschwitz
Bron afbeelding: Pixabay

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.