Misschien moesten de ouders maar eens gaan staken

Misschien moesten de ouders ook maar eens gaan staken

Onderwijs

“Brugklassers hebben vaker achterstand, vooral door lerarentekort” was de titel van het artikel van de NOS. In het artikel wordt duidelijk dat leerlingen in de eerste klas vaker bijles nodig hebben. Deels wordt dit veroorzaakt door het lerarentekort. Misschien wordt het tijd om na te denken over iets anders, in plaats van een staking van het onderwijzend personeel. Misschien moesten de ouders maar eens gaan staken.

Toegegeven, het idee is niet van mij afkomstig. Mijn wederhelft zei het vanochtend tegen mij. Ik wist meteen waarop ze doelde. Misschien is het tijd geworden dat ouders hun mond eens gaan open doen. Blijkbaar zijn alle protesten tot op heden nog niet de oplossing geweest. Dat neemt niet weg, dat ik de stakingsdagen van 30 en 31 januari niet veroordeel. Ik vermoed dat er meer stakingsdagen aan komen dit schooljaar. Dat is een goed recht van het onderwijzend personeel. De vraag is alleen of dit in het belang is van de leerlingen.

Glad ijs. Dat is waar ik me nu op ga begeven. Spreek ik me uit voor de stakingen, dan geef ik daarmee een akkoord voor schooldagen die uitvallen. Plaats ik een kanttekening bij de uitval van lesuren, dan lijkt het alsof ik het niet eens ben met zij die werkzaam zijn in het onderwijs. Dan omgeef ik mezelf met de schijn van de streberige ouder. Dat ben ik niet.

Stakingsrecht is een belangrijk recht. Het werk wordt neergelegd omdat men een verandering wil doorvoeren. In het geval van de onderwijssector is dat een verlaging van de werkdruk, eerlijke beloning en de mogelijkheid een goede oplossing te krijgen voor passend onderwijs. Allemaal punten waarvan ik denk: “Daar hebben ze gelijk in.”

Het lerarentekort. Laat ik daarmee beginnen. Volgens de NOS is het gevolg van dit lerarentekort nu dat er meer leerlingen in de eerste klas bijles moeten krijgen. Daar hoeft niets mis mee te zijn. Bijles is geen zonde. Soms is dat nodig. Het wordt wel een probleem wanneer meer en meer leerlingen bijles nodig hebben. Er is niet altijd ruimte om deze leerlingen te geven wat ze nodig hebben.

De werkdruk, een belangrijk punt van aandacht. Het is niet normaal dat klassen stampvol zitten. Dat de leraar of lerares soms erg veel tijd kwijt is met administratie. Dat compenseer je niet door alle leuke vakanties. Vakanties zijn ook niet alles, al beweren sommigen wel eens dat het voor de mensen in het onderwijs wel erg makkelijk is met al die vakanties. Grote onzin!

Als het gaat om de eerlijke beloning valt daar ook wel wat winst te behalen. Het gelijktrekken van salarissen bijvoorbeeld. De verschillen zijn groot. Er zitten ook wat rariteiten tussen. Zij die voor de klassen staan met middelbare scholieren van speciaal voortgezet onderwijs krijgen hetzelfde betaald als de leraren en leraressen die werkzaam zijn op basisscholen voor speciaal onderwijs. Dat heb ik nooit echt kunnen begrijpen. Daarmee wordt een toon gezet; alsof middelbaar speciaal basisonderwijs minder is.

Maar geld is ook niet alles. Dat weet men in de sector zelf ook wel. Men weet heel goed dat een goed gevulde bankrekening een ander probleem niet zal gaan oplossen: dat is passend onderwijs. Eerder scheef ik al over dat passend onderwijs. Dat het niet ‘past.’ Dit deed ik in 2018. Wat ik schreef kun je via deze link nog even nalezen. Al in 2018 wisten heel veel mensen dat passend onderwijs niet werkte. Niet op deze manier.

Ik vergelijk het graag met mijn eigen situatie. Ooit was ik werkzaam binnen de IT-sector. Door het verkleinen van de toeslagen voor kinderopvang was ik voor een deel aan het werk om de kinderopvang te kunnen betalen. Dat was natuurlijk erg raar. Na lang wikken en wegen besloot ik een aanvraag in te dienen voor ouderschapsverlof. Dan zouden we minder kwijt zijn aan de kosten voor kinderopvang. Dit verzoek werd geweigerd. Wel kon men het contract aanpassen, zodat ik op papier minder zou gaan werken. Maar, zo werd verduidelijkt, hetzelfde werk moest nog steeds worden gedaan. Zo ging ik van 32 naar 24 uur per week. Met dezelfde werkzaamheden. Dat was natuurlijk vragen om problemen. Een ervan, misschien de belangrijkste, was mijn burn-out. Uiteindelijk leidde deze burn-out tot een einde van mijn arbeidsovereenkomst. Overigens op mijn verzoek.

Wanneer je nieuwe taken krijgt of te maken krijgt met een verandering van taken, houdt dit niet altijd in dat je deze kunt vervullen in de tijd die je zou moeten besteden aan je werkzaamheden. Sterker nog, dat werkt niet. Het gevolg: leerlingen die vastlopen en onder normale omstandigheden ondersteund zouden kunnen worden, mogen vertrekken richting speciaal basisonderwijs. Daar kampt men ook met een tekort aan onderwijzend personeel. Misschien is die nood in dit deel van de onderwijssector iets dat onvoldoende aandacht krijgt. We horen vaak de verhalen van gewone scholen. Misschien dat het onderwijzend personeel daarvan harder schreeuwt. Of misschien is het omdat de media dat liever in beeld brengen. De groep speciaal onderwijs lijkt niet echt aanwezig te zijn. Dat is niet alleen jammer, het is ook frustrerend.

Tot op heden waren het de mensen uit het werkveld zelf die om aandacht vroegen. Logisch, want het water staat hen aan de lippen. Er is alleen een belangrijk onderdeel dat niet vergeten mag worden. De gedachte dat je als ouder het beste voor je kinderen wilt. Nee, dit staat niet gelijk aan een bepaald schoolniveau. Niet ieder kind hoeft terecht te komen op bijvoorbeeld het VWO, laten we eerlijk zijn. Maar het mag ook niet zo zijn, dat een tekort aan onderwijzend personeel leidt tot achterstanden, ongeacht het niveau.

Als ouder maak ik me ook zorgen. De afgelopen tijd was er een die in het teken stond van het wisselen van poppetjes. Vooral op de school van mijn zoon. Dat is een school voor speciaal basisonderwijs. Er zijn momenten geweest dat er personeel voor de klas stond die er normaal niet zouden staan. Daar hoeft niets mis mee te zijn. Het zorgt alleen voor onrust. Veel onrust. Daarnaast zorgt het voor onduidelijkheid.

Hoe het geregeld zou moeten worden, een staking van ouders, dat weet ik eigenlijk niet. We hebben niet allemaal een tractor waarmee we naar Den Haag zouden kunnen rijden. Het lijkt erop dat met een tractor je een geweldig protestmiddel tot je beschikking hebt. Ik heb zelf alleen een Volvo. Best een grote auto, maar alleen is maar alleen. Bovendien, zouden wij als ouders staken, wat dan? Je kunt je taken en verantwoordelijkheden als ouder niet opzijzetten. Dat begint al met de gedachte waar je dan je kinderen zou laten.

Nee, het protest is eigenlijk niet mogelijk. Dat weet ik ook heel erg goed. Alleen zonder protest lijkt er helemaal niet geluisterd te worden. Wanneer iemand dan ook een goed idee heeft, dan hoor ik dit graag. Dan bekijk ik wel wanneer ik als ouder iets moet doen. Want dat weet ik ook niet. Nu ben ik gewoon die bezorgde ouder, die kijkt naar de toekomst. Een toekomst waarvan ik hoop dat de politiek eindelijk eens maatregelen gaat nemen, die noodzakelijk zijn. Dat houdt zeker niet in dat je altijd maar een zak geld neer moet smijten. Dat is misschien een voorbeeld van korte termijn denken. Je lost het niet op met een zak geld. Dat los je op door te kijken naar hoe toekomstige leraren en leraressen er kunnen komen. Hoe beweeg je leerlingen van nu om te kiezen voor een baan in de onderwijssector? Wat daar niet bij helpt is dat ze te maken krijgen of kampen met achterstanden.

Kortom, er moet wat veranderen. Zolang ik niet weet hoe ik als ouder zou kunnen staken, staak ik in stilte op 30 en 31 januari mee. Zonder daadwerkelijk mee te doen. Telt dat ook … een beetje?

Lees ook

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.